Draaikolken en zijstromen.
strekdam.JPG - 42714,0 K

Schuin naast en achter de koppen van de strekdam, pieren en stroomgeleidedammen vormen zich in het water traag draaiende kolken.
Door de draaiende beweging verzamelt zich hier het voedsel dat de hoofdstroom mee neemt.
Het beste vist men voor paling in de neer.
Ook op plaatsen waar een zijgeul bij afgaand water een hoofdgeul ontmoet zijn gunstig.
We vissen dan graag 50 - 100 m stroomafwaards van de zijgeul.
Vooral op tijden dat het water in de hoofdgeul weer opkomt, met het wisselen van eb en vloed, terwijl de zijgeul nog water afvoert, is dit vaak een uitstekend plek.


^ Terug naar boven ^

 

In de geul, maar waar.

Probeer bij laag water uw visstek eens goed te bestuderen of gebruik op dieper water een dieptemeter.
U denkt dan dat het bodem vlak van een geul niet egaal is, maar dat er er grote diepte verschillen kunnen zijn.
Zeer vaak is de ene kant langzaam oplopend en is er aan de andere zijde van de geul een zeer steile uitslijpkant. Kleine en diepe geulen veranderen en zijn op het punt waar de stroom tegen de kant botst het steilst en het diepst, net als bij de bochten in een rivier.
Bij ebbend water trekt de vis het liefst langs de steile en diepste kant terug naar dieper water.
Ook in de zeer diepe vloedgeulen is bij pas opkomend water de diepe en steile kant het best, zet de vloed goed door dan levert deze plaats geen voordeel meer op, maar wordt juist de ondiepere kant beter.

^ Terug naar boven ^

 

Strekdammen, dijken en havenhoofden.

Strekdammen, dijken en havenhoofden bestaan in hoofdzaak uit samengevoegde en ook los gestorte basaltblokken.
Dit zijn ideale aanhechtingsplaatsen voor alikruiken, zeepokken, mossels en allerlei wieren.
Tussen deze ruige begroeiing kunnen kleine waterdiertjes, zoals kleine kreeftachtigen, zeepissebedden, krabbetjes en jonge vis bescherming vinden, zodat juist op die plaatsen meestal het grootste voedselaanbod is.
Dergelijke bouwwerken vormen tevens aan de oplopende stroom afgekeerde zijde een rustig gebied, tussen de basaltblokken bevinden zich veel openingen waar de vis zich schuil kan houden. (paling)
Meestal proberen zeevissers het met zover mogelijke worpen, maar de vis vlakbij wordt vergeten.
Probeer het maar eens dicht aan de kant en tussen de stenen.
Maar hou wel rekening met de omstandigheden en vis zwaar wat de lijn betreft en gebruik zo licht mogelijk lood.

In Plaats van lood kun je ook, een elastiekje aan je wartel bevestiggen met daaraan een steen.
Zo kun je nog voorzichtig werpen, en als je een aanbeet krijgt schiet het elastiekje van de steen en kun je de vis moeiteloos boven halen.
Dus je lood blijft niet achter de stenen hangen.

^ Terug naar boven ^

Voor nog meer tipsmail Corné

 


Deze pagina is voor het laats vervangen 20-01-2003.